The Winter Trial 2018
Het venijn zit in de staart

De eerste dagen leek het erop dat de Winter Trial dit jaar een droog en zonnig plezierritje zou worden. Deelnemers hoopten en beden voor meer sneeuw. Maar toen dat er eenmaal was, bleken ze daar niet allemaal even zeker meer van, want het klassement ging danig op de schop.

Tekst: Perry Snijders – Fotografie: Luuk van Kaathoven

Vorig jaar startte de Winter Trial nog in Nederland, maar dit jaar was de start in München, pal voor het hoofdkwartier van BMW. Dat kwam niet alleen omdat BMW het evenement dit jaar sponsorde, maar ook omdat deelnemers vonden dat er vorig jaar na de start in Maastricht te veel kilometers over snelwegen afgelegd moesten worden om in de contreien te komen waar de rally eigenlijk gereden werd. Omdat de rally dit jaar wederom naar Tsjechië, Slovenië en Oostenrijk ging, werd besloten de start een flink stuk in die richting te verplaatsen, met als voornaamste doel om meteen in de sneeuw te zitten. Dat pakte anders uit, want bij de start viel weliswaar een verdwaalde sneeuwvlok, maar daarna bleef het bijna twee volle dagen zo goed als sneeuwvrij. Hoewel niemand ook maar iets aan het weer kan doen, leverde dat toch her en der wat gemor op onder de deelnemers, die immers voor de sneeuw waren gekomen. Maar ze zeggen niet voor niets: ‘Be careful what you wish for.’ Dat bleek ook hier, want bij de eerste etappe die echt door de sneeuw ging, kwamen ook de eerste serieuze problemen. Die eerste sneeuwetappe was dan ook niet gemakkelijk; het was een avondetappe voor de deelnemers in de Trial-klasse, een regelmatigheidsproef die je ook een heuvelklim in de sneeuw zou kunnen noemen. Vrijwel niemand gebruikt sneeuwkettingen, maar voor sommigen zou dat achteraf wel een beter idee zijn geweest; meerdere auto’s komen nauwelijks meer weg bij de controleposten of hebben moeite om uit haarspeldbochten te komen. En haarspeldbochten, die zijn er in deze klim waarin gestegen wordt van 500 meter tot 1850 meter. Later op de avond staat nog een tweede klim op het programma, ditmaal zelfs tot 2500 meter.
Tot deze dubbele heuvelklim gebruikten deelnemers bewoordingen als ‘een wedstrijd langzaam rijden’ om de etappes te omschrijven, want met een gemiddelde van minder dan 50 kilometer per uur over kurkdroge wegen rijden waar de toegestane snelheid vaak 100 is, oogt en voelt niet bepaald spectaculair. Maar deze avond is de avond die het verandert, want de ervaren deelnemers in de Trial-klasse ogen doodmoe als ze rond middernacht in hun hotel aankomen met die 150 kilometer lange avondetappe achter de kiezen. Toch is voor sommige deelnemers de dag dan nog lang niet voorbij. Op deze eerste echt zware proeven hebben niet alleen de deelnemers, maar ook de auto’s het zwaar gehad. Dat blijkt bijvoorbeeld bij Yelmer Buurman, die met zijn Alpine A110 de finish niet haalt. Samen met schoonvader Alexander van der Lof probeert hij al het mogelijke om de auto gerepareerd te krijgen of de volgende dag met een andere auto aan de start te komen, tot aan een nachtelijke rit naar München toe. Tevergeefs, want Buurman valt uit.

De dag erop, bij de etappe van het Oostenrijkse Aigen im Ennstal naar het Sloveense Ptuj, krijgt ook de Challenge-klasse te maken met serieuze sneeuw. Het verraderlijke zit er echter in, dat maar een deel van de route besneeuwd is; af en toe word je verrast door een stuk weg dat ineens besneeuwd is, bijvoorbeeld omdat het in de schaduw ligt. Eén zo’n deelnemer die daardoor in de problemen komt is Marcel van Breda, de directeur van Schmidt Zeevis die vorig jaar opviel door een flinke lading kaviaar en champagne in zijn kofferbak. ‘Je moet het wel een beetje aantrekkelijk maken voor mensen om je te helpen als je vast zit in de sneeuw,’ luidde zijn verklaring. Die tactiek hanteerde hij dit jaar opnieuw, maar dit jaar had hij grotere problemen; zijn Volvo 142 kwam op de zijkant terecht, naast de weg, tussen de bomen. Hoe het ging? ‘Wel goed, de champagne is nog heel,’ antwoordde Van Breda laconiek. ‘We waren eerder verkeerd gereden, dus ik probeerde tijd goed te maken. Dat ging heel goed, totdat het niet meer goed ging — ik reed gewoon te hard voor de omstandigheden daar.’ Toch viel de schade mee. Niet alleen bleken de champagneflessen de excursie overleefd te hebben, Van Breda en zijn Volvo konden gewoon verder rijden nadat een lokale boer geholpen had om de auto weer op de weg te krijgen.

De dag erop is het probleem van ‘soms wel sneeuw en soms geen sneeuw’ volledig verdwenen, met dank aan een nachtelijk pak sneeuw. Die sneeuw zorgt echter weer voor heel andere problemen, want er is zó veel sneeuw gevallen dat op de eerste twee regularities een flink aantal bomen bezweken is onder het gewicht. De eerste van die twee wordt zelfs gecanceld, maar dat helpt weinig; bij sommige teams heeft de vermoeidheid kennelijk al zo hard toegeslagen, dat ze die mededeling voor kennisgeving aannemen en vervolgens alsnog het geannuleerde deel van de route nemen — om niet veel later uit te vinden dat dat door omgevallen bomen geblokkeerd wordt.
Sommige deelnemers komen bovendien vast te zitten in de sneeuw, waaronder de Eend van Niko Bloemendal en Joost Bolwidt. ‘We moesten stoppen voor een andere deelnemer die vastzat,’ vertelt Niko. ‘Die moesten we wel helpen met duwen, want anders konden we er zelf niet door, maar vervolgens kwamen we zelf ook niet verder.’ Achter de 2CV ontstaat een enorme opstopping, waarbij meer dan twintig auto’s in een besneeuwd bos geen kant meer op kunnen. En het is niet de enige plek waar de deelnemers last hebben van hun voorgangers, want ook elders moeten deelnemers middenin een regelmatigheidsproef stoppen om sneeuwkettingen om te leggen — tot frustratie van degenen die er niet langs kunnen en dus tijd verliezen.
Het ergste moet dan nog komen: de tweede avondetappe, opnieuw alleen voor de deelnemers in de Trial-klasse. ‘Tulpenrallyegeneuzel,’ briest een deelnemer, ‘we komen hier om te rijden, maar vanavond was het alleen maar ellende met kaartlezen.’ In combinatie met de enorme hoeveelheid sneeuw zorgt dat ervoor dat het klassement behoorlijk verandert. Leiders John Abel en Andy Pullan verliezen drie kwartier en zien Harm Lamberigts en Arjan van der Palen de koppositie overnemen. Maar ook voor de winnaars van vorig jaar, Alexander en Shirley van der Lof, verloopt de avond niet zoals gepland; ze belanden in een sneeuwwal, geven de laatste regularity op én vallen tot overmaat van ramp helemaal uit door een drijfstang die een eigen leven gaat leiden.

Op de laatste dag gebeurt er weinig meer. De wegen zijn weer begaanbaar, het kaartlezen is te doen en de voornaamste moeilijkheid is een lang ijscircuit dat tot tweemaal toe gereden moet worden. Niet alleen is de ene auto er beter geschikt voor dan de andere, ook is hier te zien welke rijders zich thuisvoelen in de sneeuw en welke niet. Toch zou je deze dag vooral kunnen zien als een dagje plezier maken, een vrolijke afsluiting van een week waar het venijn duidelijk in de staart zat. Het Sloveense deel van de route was weliswaar zwaar, maar het is ook een prachtig rallyland, waar genoeg rustige wegen zijn en waar toeschouwers enthousiast gebaren dat je door moet rijden, gas moet geven en dwars dient te gaan. Geen wonder dat de organisatoren nu al zeker weten dat de volgende Winter Trial daar weer heen voert.

The Winter Trial 2018

Trial-klasse
1 Harm Lamberigts & Arjan van der Palen Ford Escort
2 John Abel & Andy Pullan Ford Escort
3 James O’Mahony & Frank Hussey Volvo 122S

Challenge-klasse
1 Jan Ernst de Vries & Henk Jacob de Vries BMW 2000 Tii
2 Niko Bloemendal & Joost Bolwidt Citroën 2CV
3 Frank Sorée & Maartje Heij Peugeot 504

De volgende Winter Trial start op 27 januari 2019 en duurt tot en met 1 februari 2019.

[kader]
M5 voor de echte wereld

We volgden de Winter Trial met een moderne auto: de BMW M550d xDrive. Een ordinaire diesel, maar wel eentje die gehakt maakt van meerdere generaties M5.

Het is nog maar vijftien jaar geleden dat de BMW M5 een vermogen van 400 pk had. Dat vermogen kwam destijds, bij de E39 M5 (1998-2003) uit een vijfliter V8. Nu haalt BMW hetzelfde vermogen uit een diesel, een drieliter zes-in-lijn met niet minder dan vier turbo’s. Met een gewicht van 1820 kilogram is de M550d weliswaar zwaarder dan de toenmalige M5, die 1695 kilogram woog, maar dat weerhoudt hem er niet van om fors sneller naar de 100 te accelereren; de diesel doet dat in 4,4 seconden, de M5 van toen in 5,3 seconden. En dan hebben we het nog niet over het verbruik, dat met een fabrieksopgave van 1 op 16,9 aanzienlijk aantrekkelijker klinkt dan de 1 op 7,2 die BMW opgaf voor de V8. Maar de vergelijking is puur theoretisch, want niemand verkiest zo’n utilitaire diesel met zijn smalle vermogensband boven een atmosferische V8. Toch?
Voor wie dat denkt is er nieuws. De diesel in de M550d is er namelijk een die ook liefhebbers aanspreekt. Door de vier turbo’s heeft hij een veel bredere vermogensband dan een traditionele diesel. Twee lage- en twee hogedrukturbo’s zorgen ervoor dat de diesel tot boven de 5000 toeren bij de les is, terwijl hij vanaf 1000 toeren al een koppel van 450 Nm beschikbaar heeft. Daarbij klinkt de zescilinder ook nog goed, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat BMW daarbij wat assistentie van de luidsprekers gebruikt. Het maximale koppel, een glorieuze 760 Nm, is er overigens vanaf 2000 tot 3000 toeren, terwijl het maximale vermogen bij 4400 omwentelingen wordt bereikt. Dat wil echter niet zeggen dat je de diesel continu in dat bereik moet zien te houden; zo is er vanaf 1000 toeren al een koppel van 450 Nm voorhanden.
Daarmee is het de ultieme auto voor de petrolhead die veel rijdt. Je hoeft nauwelijks je best te doen om er 1 op 15 mee te rijden bij normaal gebruik, maar zodra je een leuke weg tegenkomt kun je ook plezier aan deze diesel beleven; dan wordt het een auto waaraan je merkt dat hij bij BMW M ontwikkeld is. Wij reden er tijdens onze week in de sneeuw geen 1 op 15 mee, maar we waren toch zeer tevreden met de 1 op 11,4 die we wél konden noteren over een afstand van ongeveer 5.500 kilometer. Als je bedenkt dat de topsnelheid regelmatig aangetikt werd (hij loopt fluitend naar 262 op de teller en dan houdt het tamelijk abrupt op) én dat we in de sneeuw flink doorreden is dat nog steeds een indrukwekkende score. Zo bekeken zou je denken dat je geen ‘echte’ M5 meer nodig hebt. ‘Ik snap de gedachte,’ aldus BMW M-baas Frank van Meel. ‘Maar ga eerst maar eens een flink stuk met een M5 rijden, dan snap je het verschil. Alhoewel het feit dat de gedachte bij je opkomt natuurlijk al een enorm compliment is.’

 

[bijschriften]

p133

In het begin lag er minder sneeuw dan de deelnemers hoopten, zoals te zien is bij de Volvo van Karel Kolkman en Wim Berghuis (uiterst links), terwijl de foto van de Alfa van Jayne Wignall en Peter Rushforth (rechtsboven) ook op een vroege lentedag gemaakt zou kunnen zijn. Hank en Nicole Melse moesten hun 911 over de start duwen vanwege een elektrisch probleem. De MGB en Skoda 130 RS waren vrolijke uitzonderingen op een startveld dat verder veel Escorts, 2002’s, 911’s en Amazons bevatte. De winnaars van vorig jaar, Alexander en Shirley van der Lof, verruilden hun BMW 3.0 CSL voor een 2002 Touring Alpina.

p134

Pieter van Spaendonck en zoon Piet zweren bij het comfort van hun Mercedes. ‘Hij rijdt fantastisch in de sneeuw.’ Ze reden ook de wonderschone avondetappes (rechtsboven), die voorbehouden zijn aan de Trial-klasse. Ondanks de aanwezigheid van serviceteams moesten deelnemers ook regelmatig zelf sleutelen, maar dat risico is er altijd als je 2.300 kilometer met je klassieker rijdt. Daaronder: Robert Westland en Michel Bout, die hun BMW 2002 verruilden voor een Opel Manta. De groene 911 van Paul Crosby en Ali Proctor verraste door zijn snelheid op diverse proeven, de lichtgele 911 van René Kupers en Willem van Leeuwen wekte verbazing door zijn prachtige staat.

p137

Een rally van uitersten: linksboven een zeldzame Porsche 911 ST, rechtsboven de 2CV van Niko Bloemendal en Joost Bolwidt. Deelnemers hoopten lang op meer sneeuw, maar toen iedereen in Slovenië moest beginnen met het schoonvegen of zelfs uitgraven van zijn auto (links de Datsun 240Z van Daniel Frankenhuis en Sanne Arts) werd dat snel anders. Sybren van der Goot en Jaap Jongman hadden pech met hun 240Z, maar een geluk bij een ongeluk was dat de onderdelen die het begaven letterlijk voor de voeten van Job Brouwers van Classic Job vielen. Yelmer Buurman had ook pech, waardoor zijn geweldige Alpine helaas uitviel. Daaronder Marcel van Breda en Jaap Stok, die de finish opvrolijkten met champagne, kaviaar, zalm en tonijn. Op de overige foto’s de winnaars: Harm Lamberigts en Arjan van der Palen (Escort) in de Trial-klasse, Jan Ernst en Henk Jacob de Vries (BMW) in de Challenge-klasse.